Januari

Jan Luiten van Zanden.
Met grootte trots verwelkomen wij 1 van onze nieuwe leden Jan Luiten van Zanden. Hij geeft aan dat als we niet iets gaan doen dan zal de weg wat ingeslagen is om America na te doen bijna onomkeerbaar zijn
Het belang van ons maatschappelijk kapitaal
Jan Luiten van Zanden
Emeritus Hoogleraar Economische Geschiedenis, Universiteit Utrecht
Nobelprijzen zijn een goede spiegel van de ontwikkeling van een vakgebied. De laatste twee prijzen
voor de economie zijn gegaan naar economen die de relaties bestuderen tussen het economisch
proces in enge zin, de produktie van goederen en diensten en verdeling daarvan, en de brede
maatschappelijke context waarin dat plaatsvindt. Het uiteindelijke succes van een economie ligt
besloten in de manier waarop een samenleving georganiseerd is, waarvoor veelal de term
‘instituties’ gebruikt wordt. Dat Nederland een relatief goed lopende economie heeft, komt omdat
de spelregels die hier gelden veel ruimte geven voor de ontplooiing van mannen en vrouwen, de
macht van de machtigen aan banden legt, en op tal van terreinen samenwerking (via de markt of via
andere kanalen) bevordert. Deze instituties zijn in de loop van een lange geschiedenis opgebouwd.
Volgens Nobelprijswinnaar Joel Mokyr begon die opbouw zelfs al in de Middeleeuwen, zo’n 1000 jaar
geleden. Een van de kwaliteiten van het institutionele kader van een land is de manier waarop het
zich aanpast aan nieuwe ontwikkelingen (zoals globalisering, of het internet, of AI), terwijl het toch
de kernwaarden en kerndoelen in stand houdt. In dit samenspel van instituties schuilt de echte
‘wealth of nations’: dat Nederland veel rijker is dan vrijwel alle landen van de Global South komt niet
door de slimheid van onze ondernemers, of de gunstige ligging op de wereldkaart, of het Groningse
aardgas, maar door de manier waarop de samenleving is ingericht. Inclusieve instituties, die mensen
de kans geven hun potentieel te ontwikkelen, die samenwerking beloont en de macht van de
machtigen aan banden legt zodat machtswillekeur ingeperkt wordt, zijn daarbij de sleutels van het
succes van West-Europa in de afgelopen duizend jaar.
Deze instituties vormen, in andere woorden, het institutioneel kapitaal van een land. De eerste zorg
van de politiek zou moeten zijn het in stand houden van dit kapitaal. De overheid speelt daarin een
cruciale rol: veel institutionele verandering vereist wetgeving (al loopt dit door de traagheid van het
democratisch proces vaak achter bij de spontane ontwikkeling ‘van onderop’), en de overheid is
verantwoordelijk voor het afdwingen van gedrag dat conform de spelregels is. De crisis van de staat
die we nu meemaken – het gevolg van langdurige ideologische verwaarlozing – moet daarom het
hoofd geboden worden (daarover uitvoerig mijn recente boek over ‘Ons Maatschappelijk Kapitaal’).
Fundamenteel uitgangspunt van de Europese instituties is een geloof in de mogelijkheden van
overleg en onderhandelen. Al vanaf het ontstaan van autonome steden en een sterke kerk in de
Middeleeuwen hebben we geleerd dat de afweging van belangen van de betrokken partijen een
effectieve manier is om besluiten te nemen. De eerste Parlementen waar de belangengroepen (kerk,
steden, vorst en adel) met elkaar onderhandelden dateren van de 12 e eeuw.
Het Parlement is een voorbeeld van een inclusieve institutie die brede participatie in het politieke
besluitvormingsproces mogelijk maakt. Een pijler van ons maatschappelijk kapitaal. Maar het werkt
alleen als het ingebed is in bepaalde maatschappelijke kaders. In de Middeleeuwen hadden steden
vaak moeite om een plek aan de vergadertafel te verwerven – het waren immers maar ‘gewone
burgers’ die geen match waren voor hoogwaardigheidsbekleders uit adel en kerk. Maar steden
waren rijk, en hadden toegang tot kapitaalmarkten waar geld geleend kon worden, waardoor ze op
den duur sterk aan invloed wonnen. Want de vorst kwam altijd geld tekort. Zo worstelen we ook nu
met de verhouding tussen het Parlement en de samenleving. Links is de groene kant op gegaan en
identificeert zich met culturele minderheden wat gepaard gaat met door toenemende politieke
correctheid. Rechts heeft de oplossing van allerlei problemen (stikstof, energie-transitiesleutel,
hypotheekrenteaftrek) geblokkeerd en lijkt soms te verharden in deze opstelling. Grote minderheden
kunnen zich daardoor niet meer herkennen in hun vertegenwoordigers in het Parlement. De
polarisatie die sterker lijkt te worden, moet bovendien gezien worden tegen de achtergrond van de
toenemende ongelijkheid binnen de Nederlandse samenleving. De vermogensongelijkheid is de
afgelopen decennia sluipend steeds groter geworden. De ongelijkheid op het vlak van gezondheid is
nog extremer. Een praktisch opgeleide man heeft een gezonde levensverwachting van 63 jaar, wat
scherp afsteekt tegen de 77 jaar van de theoretisch opgeleide man. Op de woningmarkt heeft zich
ook een sluipende tweedeling ontwikkeld die pijn doet. Aan alle marges van de samenleving is de
onvrede over de democratie toegenomen. De rijken hebben nu eenmaal meer en slimmere manieren
om de overheid te beïnvloeden dan de bijstandsmoeder, en dat verschil wordt steeds groter.
Als we naar de VS kijken, krijgen we een idee van waar deze tweedeling toe kan leiden. Het land is
uiteengevallen in twee elkaar scherp bestrijdende groepen, de Trump-aanhangers en de
Democraten. De democratie wordt uitgehold (denk alleen maar aan de Capitool-bestorming van vijf
jaar geleden), en er lijkt zich nu een regime te vestigen dat in woord en daad haaks staat op de
democratische traditie van Europa. Pessimisten zien de tweedeling zelfs leiden tot een burgeroorlog.
Het Trump-regime heeft bovendien een nauwe coalitie met het grote bedrijfsleven – vooral de
techindustrie van Californië en de oliebusiness van Texas – gesloten, waar er tijdens Trumps eerste
termijn nog gezonde afstand was tussen deze machtscentra. Ook hier is de onderliggende drijvende
kracht de polarisatie van inkomens en vermogens, die in de VS veel extremer is dan in Nederland. In
zekere zin laat wat er nu in de VS gebeurt zien waar wij over 20 (of 10?) jaar staan als we op dezelfde
weg van verdere polarisatie en erosie van ons maatschappelijk kapitaal doorgaan. Het verdwijnen
van het politieke en sociaal-economische centrum, dat vroeger de politieke macht controleerde maar
in de loop der jaren verzwakt is door de opkomst van radicale partijen vooral ter rechterzijde,
verbindt al deze veranderingen. Ons maatschappelijk kapitaal bestaat vooral uit het vermogen door
overleg en onderhandelingen partijen tot breed gedragen compromissen te verleiden. Willen we dit
in stand houden, dan zullen we weer met elkaar in gesprek moeten gaan. En belangrijker nog, iets
doen aan de groeiende polarisatie in de discussie en in de materiële werkelijkheid.
De vraag is hoe zo’n dialoog moet beginnen. In mijn boek ‘Ons maatschappelijk kapitaal’ heb ik de
sociaal-economische ontwikkeling van Nederland tussen 1980 en 2020 in kaar gebracht. Het
uitgangspunt was de constatering dat we in een complexe crisis terecht zijn gekomen. De
economische groei is bijna stilgevallen en voor zover er groei is, wordt dat veroorzaakt door de
vergroting van de inzet van arbeid, niet door de toename van de productiviteit. De publieke sector
staat er nog slechter voor: defensie is verwaarloosd, de toeslagenfabriek is ontspoord, de
criminaliteit rukt op in de bovenwereld, het niveau van onderwijs is dramatisch gedaald, de transitie
naar een nieuwe energie-economie stagneert, de stikstofproblematiek is onopgelost en zo kunnen
we wel even doorgaan. De vraag naar het hoe nu verder kan niet losgezien worden van de analyse
van de oorzaken van dit verval. Twee rode draden lopen er door het verhaal daarover (al is de
werkelijkheid natuurlijk veel complexer dan deze korte schets weergeeft). De generatie van de
babyboomers begiftigd met de klassieke jaren zestig idealen, hebben het na 1980 af laten weten. ER
was onvoldoende steun (bij verkiezingen en bij de veranderingen in de levensstijl) voor
duurzaamheid en biodiversiteit. De sociale missie werd verwaarloosd en plots kwam er een eind aan
de pogingen creatief vorm te geven aan een nieuwe samenleving. En de vanaf dat moment
groeiende invloed van het neoliberalisme heeft veel nadelige gevolgen gehad voor het
maatschappelijk kapitaal. Er is bijvoorbeeld een rechtstreeks verband tussen de crisis waar de staat
zich nu in bevindt en de invloed die van het – niet bepaald staatsvriendelijke – neoliberalisme.
Neoliberalen en babyboomers kunnen elkaar dus de hand reiken en proberen de balans op te maken.
Een door historisch onderzoek geïnformeerde kennis kan daarbij een belangrijke rol spelen.
Nieuw boek: Ons Maatschappelijk Kapitaal. Onder de motorkap van de economie.https://uitgeverijprometheus.nl/boeken/ons-maatschappelijk-kapitaal-paperback/
